Augustus is een maand waarin nog beslissingen kunnen worden genomen die de prestaties van het melkveebedrijf, voor het gehele jaar bepalen. Een deel van de resultaten zijn al bepaald, gedurende de eerste 7 maanden. De resterende 5 maanden bieden nog voldoende ruimte om eventueel zaken bij te sturen. De kwaliteit van het gewonnen ruwvoer wordt zichtbaar, de mais komt in de afrijpingsfase en de planning voor het najaar krijgt vorm. Dit geeft de mogelijkheid om nog voer aan te kopen, passend naast het al gewonnen voer. Daarnaast is er inzicht in de huidige stand van zaken wat betreft ureum of krachtvoerverbruik. Waar nodig is het rantsoen nog aan te passen.
Lage broeikasgasuitstoot door voerefficiëntie
Dit geldt ook voor de indicatoren van het Kringloopcertificaat. Bijvoorbeeld de broeikasgasuitstoot; een lage broeikasgasuitstoot begint met een hoge voerefficiëntie. Hoe beter koeien het geproduceerde ruwvoer benutten, hoe minder broeikasgassen vrijkomen per kilogram meetmelk. Wees kritisch op de samenstelling van het krachtvoer, kijk welke grondstoffen het bevat. Zorg voor uitsluitend goede grondstoffen. In sommige gevallen worden de “vulgrondstoffen”, die niet veel toevoegen, weggelaten en tegelijkertijd de krachtvoergift verlaagd, zonder dat dit tot een daling van de melkproductie leidt.
Een gezonde bodem als basis voor efficiënt grasland
Ook de bodem speelt een belangrijke rol. Het juiste grassenbestand en goed doorworteld grasland benut stikstof efficiënter, waardoor minder kunstmest nodig is en meer voedingsstoffen worden vastgelegd in eigen ruwvoer. Controleer daarom percelen op verdichting, draagkracht en kwaliteit van de grasmat. Percelen die achterblijven kunnen in het najaar worden verbeterd door doorzaaien, bekalken of het verhogen van het organische-stofgehalte.
Slim mestmanagement beperkt nutriëntenverlies
Verlies van nutriënten beperken begint bovendien bij goed mestmanagement. Door de droogte is er wellicht minder mest uitgereden gedurende de zomer. Mogelijk wordt deze mest nog (geheel of gedeeltelijk) later deze maand uitgereden. Houd daarbij rekening met de draagkracht later dit seizoen. Bemest minder op de percelen met een slechte draagkracht om te voorkomen dat het gras van deze percelen niet meer geoogst kan worden in het najaar. Als de opslagcapaciteit het toelaat, kan het ook verstandig zijn deze mest te bewaren tot het voorjaar van volgend jaar. Slim bemesten draagt onder andere bij aan een laag stikstof- en fosfaatbodemoverschot.
Vijf acties voor augustus
- Analyseer de kwaliteit van de gewonnen graskuilen en kijk hoe het eigen ruwvoer zo goed mogelijk kan worden benut in het rantsoen.
- Controleer het melkureum en stem het ruw eiwitgehalte en de energievoorziening af om de stikstofbenutting te verbeteren.
- Loop alle graslandpercelen na en noteer welke percelen in het najaar aandacht vragen voor doorzaai, bekalking of bodemverbetering, etc.
- Evalueer de bemesting: voorkom onnodig veel mest toedienen in het najaar en plan mesttoediening zo efficiënt mogelijk om ammoniak- en stikstofverliezen te beperken.
- Bekijk tussentijds de kengetallen van de KringloopWijzer, zoals broeikasgasuitstoot per kilogram meetmelk, ammoniakemissie, eiwitbenutting en aandeel eigen voer. Zo kun je vóór het einde van het jaar nog gericht bijsturen.
Deze tip draagt bij aan:
- Ammoniakuitstoot
- Broeikasgasuitstoot
- Stikstofbodemoverschot