Hoe lees je de Melkproductieregistratie (MPR), deel 2
In de vorige kringlooptip is het eerste deel van het 10-stappen plan over het lezen/beoordelen van de MPR. Daar hebben we het gehad over de uitvoeringsdatum, melkproductie per koe, lactatiedagen, vet/eiwit gehalten en het ureum. In deze kringlooptip wordt het tweede deel van het 10-stappen plan uitgelicht.
- Wat zijn de resultaten van voorgaande bemonsteringen: Zijn de behaalde melkproductie en gehaltes vergelijkbaar met de voorgaande bemonsteringen? Is deze MPR een uitschieter, of was de vorige MPR een uitschieter en is het nu weer zoals gewoonlijk? Wat is de oorzaak? Wat ga je eraan doen/heb je eraan gedaan om dit (nogmaals) te voorkomen?
- Wat is het tankcelgetal de afgelopen jaar: Is hier veel variatie in? Wat is hier de oorzaak van? Is een uitschieter te verklaren door een paar koeien met hoog celgetal? Is het structureel of toeval dat ze hoog celgetal hebben? Of is het juist warm en vochtig weer geweest? Het is bekend dat een tankcelgetal van boven de 100 melkproductie kost. Wat ga je hieraan doen om deze variatie te minimaliseren en het tankcelgetal te laten dalen. En wat is de spreiding tussen de koeien onderling?
- Wat is de BSK: Hoe is het BSK verloop binnen de lactatiegroepen en bij de leeftijdsgroepen? Een gelijkblijvende of oplopende BSK tussen de lactatiegroepen is wenselijk. Dit betekent dat de koeien voldoende of bovengemiddeld persistent zijn. Persistentie is wenselijk omdat de koeien daarmee, met name 2e helft van de lactatie, meer melk uit ruwvoer produceren. De BSK bij de leeftijdsgroepen willen we graag gelijk hebben aan elkaar.
- Wat is de lactatiewaarde en spreiding: Gemiddeld is de lactatiewaarde (LW) op elk bedrijf 100. De LW is afkomstig van de behaalde melkproductie op deze MPR. Veel spreiding in de LW willen we voorkomen, omdat alle koeien dan doen wat verwacht wordt en jij als veehouder goed kan inspelen op wat de koeien je vertellen. Vaak kunnen we de oorzaken van een lage LW grotendeels verklaren door het volgende te doen: Kijk op het dieroverzicht, en schrijf op bij elke koe met een lage lactatiewaarde (<85) wat deze koe gehad heeft. Denk aan ziekte, kreupel, slechte opstart, ongeluk, et cetera.
Wanneer je de oorzaken weet, staan hier mogelijke verbeterpunten om de spreiding te verkleinen. Komt bijvoorbeeld de oorzaak: ‘slechte opstart’ vaak terug? Dan is het verstandig om de droogstand onder de loep te nemen. Zo kan je veel voorkomende problemen aanpakken om de lage LW te verhelpen. De koeien met een hoge LW worden dan steeds ‘gewoner’ maar dat is oké! Dan produceren de koeien allemaal wat verwacht wordt! Dit betekent dat elke koe gemiddeld hetzelfde doet en dat je daarmee ook goed kan inspelen op veranderende omstandigheden.
- Wat is de 305-dagenproductie van het bedrijf: Wat is de voorspelde productie (305 dagenproductie) en gerealiseerde productie van het afgelopen jaar (Rollend jaargemiddelde). Leg dit eens naast een melkcontrole van vorig jaar. Is de voorspelde 305 dagenproductie van toen, ongeveer gelijk aan het lopende jaar? Is de huidige productie hoger, of lager? Hoe kan dat? Was het rantsoen misschien tijdelijk buitengewoon goed, of is het nu sub-optimaal door bijvoorbeeld een taaie graskuil die op moet? Wat ga je er dan aan doen om te zorgen dat je geen sub-optimaal voer meer voert/teelt?
Samenvattend over deze 2-delige kringlooptip kunnen we stellen dat het belangrijkste van dit 10-stappenplan is: Het verklaren van de cijfers. Waarom gebeurt wat en hoe zijn deze resultaten tot stand gekomen? Probeer altijd de verklaringen te vinden, zeker als er verbetering mogelijk is, maar ook als het goed gaat! Waarom gaat het dan nu goed?
Zelf een oorzaak vinden kan soms uitdagend zijn, schroom dan ook niet om dit te bespreken met een voeradviseur of andere experts! Pas wanneer je de oorzaak weet is verbetering mogelijk. En als het goed gaat, weet wat je moet doen om te blijven zorgen dat het goed gaat!
Deze tip draagt bij aan:
- Ammoniakuitstoot
- Broeikasgasuitstoot
- Eiwit van eigen land
- Levensduur