Dat de mestafvoerkosten de pan uit rijzen is wel duidelijk geworden het afgelopen jaar. De afbouw van de derogatie is daar grotendeels de oorzaak van. Mogelijk heb je zelf ook met deze dure mestafvoerkosten te maken gehad, waarbij meer dan €30 euro per m3 mest geen uitzondering was. Het is dan geen overbodige luxe om te zorgen dat er zo veel mogelijk N en P2O5 in de afgevoerde mest zit op het moment dat deze bemonsterd wordt afgevoerd.
Voer mest af met hoge gehaltes stikstof en fosfaat
Gebleken is dat veel mest die wordt afgevoerd erg dun is. Met ‘dun’ wordt bedoeld dat de mest relatief lage nutriëntenwaarden bevat. Dit is te verklaren door verdunning van de mest met bijvoorbeeld (spoel)water. Het afvoeren van dunne mest, dus mest met een lage stikstofconcentratie per kubieke meter, is financieel ongunstig. Veehouders betalen namelijk per m³ mest, terwijl de afgevoerde hoeveelheid wordt bepaald op basis van de hoeveelheid stikstof en fosfaat (N en P₂O₅) per m³. Hoe lager de concentratie stikstof en fosfaat, hoe meer mest er moet worden afgevoerd voor dezelfde hoeveelheid nutriënten. Het is daarom voordeliger om mest met een zo hoog mogelijke nutriëntenconcentratie af te voeren en verdunning te vermijden!
Drijfmestontmenging
Vervolgens is dan de vraag: “Hoe voorkom ik dat ik dunne mest afvoer, zodat ik zo min mogelijk kuub mest hoef af te voeren en mijn afvoerkosten kan drukken?” Hier kan drijfmestontmenging voor gebruikt worden. Drijfmest ontmengt in de opslag, zeker als daar regelmatig (spoel)water bij komt. Een stikstofgehalte van rond de 3 kg N/ m3 is geen uitzondering.
De dunste fractie (urine/water met laagste nutriëntenwaarden) zakt naar beneden in de mestkelder en de dikkere fractie (faeces, met hogere nutriëntenwaarden) drijft naar boven. Door de mest NIET te mixen en de dunne fractie onderuit de put in een andere mestkelder/ mestopslag te pompen blijft er een dikkere en dus nutriëntrijkere fractie over om af te voeren.
Rekenvoorbeeld invloed waterverbruik
Een rekenvoorbeeld van de invloed van het waterverbruik van twee melkrobots op de stikstofconcentratie in de mest:
Een melkveebedrijf met 120 koeien en twee melkrobots. Een melkrobot verbruikt 545L water per dag, op dit bedrijf is dat 1090 L/dag (Vermeij, et al., 2023). Dat is 9,1 liter per koe per dag. Een koe produceert ~28 m³ mest per jaar, dat is 77L per dag. 77L mest met 4 kg N/m³ + 9,1L water komt uit op 3,58 kg N/m³. Door verdunning met water daalt het stikstofgehalte per kubieke meter mest dus aanzienlijk, waardoor bij bemonsterd mest afvoeren veel meer kuub moet worden afgevoerd!
In dit voorbeeld laat de verdunning met alleen spoelwater van de melkrobots het stikstofgehalte al met 0,4 kg N/m³ dalen. Bij een afvoer van bijvoorbeeld 4000 kg N is dit via forfaitaire normen met 4 kg N/m³ als volgt: 4000 kg N / 4 = 1000 m³ mestafvoer x €30/m³. Dit is een kostenpost van €30.000 euro.
Als we ook een voorbeeldberekening maken met het berekende stikstofgehalte door verdunning van spoelwater, dan is deze als volgt: 4000 kg N / 3,58 = 1117 m³ x €30/m³. Dit is een kostenpost van €33.510 – een verschil van €3510!
Stel we nemen het nog een stapje extremer met een stikstofgehalte van 3 kg N/m³ dan is deze berekening als volgt: 4000 kg N / 3 = 1333 m³ x €30/m³ = €39.990 –. Dit is een verschil van bijna €10.000!
Dit is reden tot actie!
Het is daarom van belang om de stikstof en fosfaatconcentratie in de mest zo hoog mogelijk te krijgen. Als er op dit moment spoelwater in je mestkelder komt, is het misschien een oplossing om niet te mixen, de dunne fractie in een andere kelder op te slaan en de overgebleven dikkere fractie af te voeren. Vervolgens is het belangrijk om een plan te maken om onnodige verdunning in de toekomst te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door het spoelwater op het riool te lozen in plaats van in de mestkelder.
Deze tip draagt bij aan:
- Ammoniakuitstoot
- Eiwit van eigen land
- Stikstofbodemoverschot